Conclusie
eerste middelberust op de onjuiste opvatting dat een na inhoudelijke behandeling van de zaak gewezen vonnis dan wel arrest, op grond van het bepaalde in art. 358, derde lid, Sv in verbinding met art. 359, tweede lid, eerste volzin, Sv (jº art. 511e Sv, EH), een beslissing op een preliminair verweer dient in te houden, ook indien op dat verweer reeds ter terechtzitting is beslist.
tweede middelklaagt over de verwerping door het Hof van een door de verdediging gevoerd draagkrachtverweer.
Draagkracht”het volgende in:
in het geheel nietzal kunnen betalen, kan de rechter gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid. Gelet hierop verwerpt het hof het gevoerde draagkrachtverweer, nu uit de stukken die de raadsvrouw ter onderbouwing van haar stellingname heeft overgelegd, niet aannemelijk is geworden dat ten aanzien van de veroordeelde sprake is van een dergelijke situatie.”