Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaringen van de feiten 1 en 2 onvoldoende met redenen zijn omkleed, nu telkens is bewezenverklaard dat de verdachte “een krachtens deze wet” vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, zonder dat de desbetreffende wet in de bewezenverklaringen (of elders) eerder is genoemd.
deze wet” verwijst. De hiervoor geciteerde zinsnede is evenwel evident ontleend aan de strafverzwaringsgrond die is opgenomen in art. 175, derde lid, Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). Bovendien heeft het hof feit 1 gekwalificeerd als “
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl het feit mede is veroorzaakt doordat de schuldige de maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden”. Voorts heeft het hof feit 2 gekwalificeerd als “
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl het feit mede is veroorzaakt doordat de schuldige de maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden”. Deze kwalificaties zullen de steller van het middel toch op het juiste spoor moeten hebben gebracht. Daarnaast staan in de inleidende dagvaarding en in de vordering wijziging tenlastelegging van 12 april 2012 aan de voet van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit en aan de voet van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit art. 6 WVW Pro 1994 en art. 175 WVW Pro 1994 als toepasselijke wetsartikelen vermeld. Ook het hof heeft in de bestreden uitspraak onder het kopje “
toepasselijke wettelijke voorschriften” onder meer deze wetsartikelen aangehaald. Gelet hierop heeft het hof met de aanduiding “
deze wet” onmiskenbaar gedoeld op de Wegenverkeerswet 1994. Ten overvloede kan nog worden opgemerkt dat uit de stukken van het geding niet blijkt dat bij de verdachte enige onduidelijkheid heeft bestaan over hetgeen hem wordt verweten en meer in het bijzonder over de vraag welke wet hier is bedoeld. Ook in eerste aanleg heeft de rechtbank voornoemde zinsnede immers opgenomen in de bewezenverklaringen, terwijl in hoger beroep door de verdediging dienaangaande – begrijpelijkerwijze - geen verweer is gevoerd.
de Wegenverkeerswet 1994vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden”. Door die verbeterde lezing faalt het middel bij gebrek aan feitelijke grondslag.
tweede middelbevat de klacht dat de bewezenverklaringen van de feiten 1 en 2 onvoldoende met redenen zijn omkleed, nu het hof als bewijsmiddel een proces-verbaal van verhoor van een getuige heeft gebezigd, inhoudende een door deze getuige getrokken conclusie.
ik zag later dat de groene BMW een aanrijding had veroorzaakt” niet een door deze getuige zelf waargenomen of ondervonden feit betreft.
derde middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaringen van de feiten 1 en 2 onvoldoende met redenen zijn omkleed, nu de door het hof genoemde omstandigheden niet zonder meer toereikend zijn voor het oordeel dat de verdachte “roekeloos” in de zin van art. 6 WVW Pro 1994 in verbinding met art. 175 WVW Pro 1994 heeft gereden.
roekeloos heeft geredendoor tijdens een snelheidswedstrijd met een aanmerkelijk hogere snelheid dan gezien de situatie en de omstandigheden ter plaatse verantwoord en toegestaan was, door zijn voertuig niet voortdurend onder controle te houden en niet voortdurend handelingen te verrichten die van hem werden vereist, en door tegen de personenauto waarin [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich bevonden te botsen, waardoor die auto meermalen tegen een boom is aangereden, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] is overleden en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, terwijl het feit mede is veroorzaakt doordat de verdachte een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden. De bewezenverklaringen van de feiten 1 en 2 zijn derhalve naar de eis der wet met redenen omkleed.