Conclusie
middelklaagt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat aan de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel 5 oogsten ten grondslag dienen te worden gelegd.
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof Amsterdam stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene uit hennepteelt vast op €14.353,76 en legde een ontnemingsverplichting van €10.000 op. Betrokkene voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte vijf oogsten als grondslag had genomen, terwijl hij slechts bij één oogst betrokken was die geen voordeel opleverde.
De rechtbank had in een eerder vonnis vastgesteld dat gedurende de periode van circa 51 weken maximaal vijf kweekcycli konden zijn voltooid, en dat het aannemelijk was dat betrokkene voordeel had genoten uit deze vijf oogsten. Het hof baseerde zijn berekening mede op een financieel rapport (BOOM-rapport) dat de opbrengst van de hennepteelt schatte, omdat geen verklaringen over het aantal planten waren gegeven.
De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht en voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat vijf geslaagde oogsten als grondslag dienden voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De enkele stelling van de verdediging dat betrokkene slechts bij één oogst betrokken was en geen voordeel had genoten, was onvoldoende gemotiveerd om het financieel rapport te betwisten.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het oordeel van het hof. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest gevonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.