Conclusie
Feiten en procesverloop
( [2] )ter dichting van het WAO-gat voor haar werknemers bij verweerster in cassatie (hierna: Schade N.V.) een collectieve verzekering gesloten, die strekt tot verstrekken van een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering. Op die verzekering is van toepassing het Uitkeringsreglement dat een onderdeel vormt van de CAO AVIM.
( [3] )
Artikel 3
1 Uitkeringsgerechtigde kan zijn de (gewezen) werknemer die per de ingangsdatum van het invaliditeitspensioen voldoet aan de voorwaarden dat:
( [5] )
2.Bespreking van het cassatiemiddel
( [6] )
( [7] )In artikel 2 van Pro die CAO is bepaald dat er een Schade N.V. is die tot doel heeft om onder de polisvoorwaarden als in de betreffende reglementen nader bepaald ter verzorging van de werknemer en gewezen werknemer in de Metaalnijverheid, die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raken, een invaliditeitspensioen te verstrekken. Het invaliditeitspensioen vormt een aanvulling op een vervolguitkering, die een (gewezen) werknemer in geval van arbeidsongeschiktheid krachtens de WAO van de bedrijfsvereniging ontvangt (artikel 4 lid 3 Uitkeringsreglement Pro).
“dat nog recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering kan ontstaan voor werknemers wier WAO-uitkering is geëindigd. Dit is met name van belang voor de (her)beoordeelde arbeidsongeschikten (…) die volledig arbeidsgeschikt zijn verklaard en die door langdurige werkloosheid niet meer voor de WAO verzekerd zijn. Voorwaarde is wel dat de toename van de arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als terzake waarvan uitkering wordt genoten.”De periode gedurende welke het recht op dan wel de verhoging van de arbeidsuitkering ontstaan, dient volgens de betrokken minister wel niet te lang te zijn; hij beschouwt een termijn van vijf jaren een redelijke termijn. Verder wordt om praktische uitvoeringsredenen een wachttijd van vier weken voorgesteld voor het hervatten of verhogen van de WAO-uitkering.
( [8] )( [9] )
( [10] )
“Voor een hervatting van het invaliditeitspensioen per datum ziekmelding (6 november 2006) of vier weken nadien (4 december 2006) eist artikel 3 lid 1 dat Pro [eiser] nog bij de Schade N.V. was verzekerd. De enkele omstandigheid dat hij na zijn ontslag nog een invaliditeitspensioen ontving, betekent niet dat hij nog was verzekerd. In overeenstemming hiermee bepaalt artikel 4 lid Pro 4, tweede volzin van het uitkeringsreglement dat een toename van de mate van arbeidsongeschiktheid alleen dan tot een aanpassing van het invaliditeitspensioen leidt, indien de gedeeltelijke arbeidsongeschikte op de ingangsdatum van de toename bij de Schade N.V. verzekerd was. Dit geldt dan eens te meer voor de situatie dat de arbeidsongeschiktheid per 10 april 2003 was afgenomen tot minder dan 15% en (voortkomend uit dezelfde oorzaak) weer toenam tot 80%-100% per 6 november 2006.”Uit deze passage trekt het hof vervolgens de hierboven in 2.2 geciteerde slotsom.
“Een toename van de mate van arbeidsongeschiktheid leidt alleen dan tot een aanpassing van het invaliditeitspensioen, indien de gedeeltelijk arbeidsongeschikte op de ingangsdatum van de toename bij de Schade N.V. verzekerd was.”Deze volzin ziet op een toename van arbeidsongeschiktheid en daarmee van een verhoging van aanvullende uitkering die al in verband met de arbeidsongeschiktheid ontvangen wordt, zonder dat een onderscheid wordt gemaakt tussen een toename van arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak en een toename van arbeidsongeschiktheid uit een andere oorzaak. Indien dat de juiste uitleg van artikel 4 lid Pro 4, tweede volzin, Uitkeringsreglement vormt, dan valt niet in te zien dat anders geoordeeld moet worden voor het geval waarin een arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak, die niet of niet meer tot een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering leidt, toeneemt in een mate dat de grens wordt overschreden waarbij men (opnieuw) voor een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking kan komen.
( [11] )Uit het feit dat het tot de onderhavige procedure is gekomen, mag worden afgeleid dat Schade N.V. tot nu toe aan het Uitkeringsreglement geen uitvoering geeft op een wijze dat ook in de twee in artikel 43a WAO bedoelde gevallen een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt verstrekt, hoewel ten tijde van een ziekmelding naar aanleiding van een herleving van de arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak de arbeidsongeschikte niet onder de collectieve verzekering verzekerd is. In het debat tussen partijen is niet aan de orde gekomen wat de financiële consequenties zijn van een uitleg van het Uitkeringsreglement die ertoe leidt dat in de twee in artikel 43a WAO bedoelde gevallen een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering dient te worden verstrekt ondanks dat degene, die zich ziek meldt naar aanleiding de herleefde arbeidsongeschiktheid, op dat moment niet verzekerd is. Dat aan die uitleg financiële consequenties zullen zijn verbonden, komt intussen niet onaannemelijk voor.
daadwerkelijkhet gerechtvaardigde vertrouwen zou zijn gewekt dat hij bij een latere herleving van de arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak toch nog als verzekerd onder de collectieve zorgverzekering zou gelden, ook al zou hij intussen niet meer in dienst zijn van een werkgever in de sector Metaal en Techniek en (b) [eiser] om die reden zich bij de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% heeft neergelegd en het re-integratiepad is ingeslagen. Dat die situatie zich heeft voorgedaan, is door [eiser] niet gesteld, met name niet in diens memorie van grieven, sub 41 t/m 44, waar de klacht wordt toegelicht dat de rechtbank ten onrechte het beroep van [eiser] op de aanvullende en/of beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid heeft afgewezen.