Conclusie
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte was door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens overtredingen van de Wet wapens en munitie en valsheid in geschrift tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden. Namens de verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat het hof onterecht de bewezenverklaring mede baseerde op processen-verbaal van een opsporingsambtenaar aangeduid als 'Nancy' zonder voldoende motivering.
De Hoge Raad overwoog dat processen-verbaal van met codenummer aangeduide opsporingsambtenaren in beginsel geen bijzondere motivering behoeven, tenzij deze opsporingsambtenaar later als beperkt anonieme getuige is gehoord. In dat geval geldt wel een motiveringsplicht ex art. 360 Sv Pro, waarbij de rechter moet aangeven waarom beperkte anonimiteit is toegekend en dat dit geen afbreuk doet aan het ondervragingsrecht van de verdediging.
In deze zaak was 'Nancy' als beperkt anonieme getuige gehoord, maar het hof had nagelaten deze motivering te geven, ondanks dat de verdediging stelde dat het ondervragingsrecht was belemmerd. Daarom is het middel gegrond en wordt het arrest vernietigd voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft. De zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het gebruik van processen-verbaal van een beperkt anonieme getuige en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.