Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd het verweer heeft verworpen strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM dan wel uitsluiting van verklaringen die de verdachte als getuige had afgelegd terwijl hij in feite als verdachte kon en moest worden beschouwd.
tweede middelhoudt in dat de motivering van de bewezenverklaring ontoereikend is omdat de voor het bewijs gebruikte verklaringen van verdachte zijn tot stand gekomen zonder verhoorbijstand, terwijl niet is gebleken dat verdachte uitdrukkelijk afstand van dat recht heeft gedaan.
Onder verwijzing naar de aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor (15 april 2010) het volgende. Cliënt is niet gewezen op het recht op verhoorbijstand. De verhoren hebben dan ook plaatsgevonden zonder deze bijstand. Alle verklaringen die cliënt als verdachte heeft afgelegd moeten worden uitgesloten van het bewijs. Er moet als u dit niet volgt rekening mee worden gehouden in de strafmaat.’
omdat(‘dan ook’) de verdachte niet op het recht op verhoorbijstand is gewezen. Een dergelijk causaal verband is er niet omdat verdachte wel degelijk voorafgaand aan zijn verhoor en voorafgaand aan het contact dat hij met zijn raadsman heeft gehad, is gewezen op zijn recht op verhoorbijstand. Tegen deze achtergrond mocht het Hof ervan uitgaan dat de vraag of verdachte daarvan gebruik wilde maken in goed overleg tussen hem en de piketadvocaat zou worden besproken en dat verdachte, indien hij bij het verhoor alsnog van de mogelijkheid van verhoorbijstand gebruik zou wensen te maken, dit zou kenbaar maken.