Conclusie
middelklaagt over de strafoplegging.
Strafmotivering
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week wegens mishandeling gepleegd op de openbare weg. Het Hof wees een taakstraf af op grond van art. 22b Sr, omdat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het feit was veroordeeld voor een ernstig misdrijf. De Hoge Raad stelde vast dat het feit was gepleegd op 29 mei 2011, vóór de inwerkingtreding van de wetswijziging op 3 januari 2012. Volgens het overgangsrecht in art. II van de wet is art. 22b Sr niet van toepassing op feiten gepleegd vóór die datum.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de onmogelijkheid tot oplegging van een taakstraf aannam. Het middel van cassatie werd gegrond verklaard en het arrest vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft. De zaak werd terugverwezen naar het Hof Den Haag voor hernieuwde berechting van de strafoplegging.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukte dat de wetswijziging geen gevolgen heeft voor feiten gepleegd vóór de inwerkingtreding en dat de strafoplegging opnieuw moet worden beoordeeld zonder toepassing van art. 22b Sr. Er werden geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het arrest van het Hof werd vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting zonder toepassing van art. 22b Sr.