ECLI:NL:PHR:2013:1950

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2013
Publicatiedatum
16 december 2013
Zaaknummer
13/00160
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Rechters
  • Mr. Hofstee
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende motivering hof over betrouwbaarheid getuigenverklaringen

Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 6 november 2012. Verzoeker heeft drie middelen van cassatie ingediend, waarbij onder meer wordt geklaagd dat het hof ten onrechte is afgeweken van het verdedigersstandpunt dat de verklaringen van drie buren onbetrouwbaar zouden zijn, zonder de redenen daarvan te motiveren.

Het hof heeft echter in zijn bewijsoverwegingen duidelijk gemaakt dat het verweer van verdachte tot vrijspraak wordt weerlegd door de gebruikte bewijsmiddelen, die niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd zijn. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen te twijfelen.

Daarnaast is het verzoek van de verdediging om de wijkagent als getuige te horen door het hof afgewezen, wat door het cassatieberoep niet met succes is bestreden. Gezien deze omstandigheden zijn de middelen van cassatie klaarblijkelijk niet ontvankelijk.

De Procureur-Generaal stelt daarom voor het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering en geen kans van slagen.

Conclusie

Nr. 13/00160
Zitting: 4 juni 2013
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 6 november 2012. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende drie middelen van cassatie ingezonden.
2. Het
eerste middelklaagt dat het Hof ten onrechte is afgeweken van het door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verklaringen van de drie buren onbetrouwbaar zijn, zonder in het bijzonder de redenen op te geven die daartoe hebben geleid. Het middel gaat eraan voorbij dat het Hof in zijn bewijsoverweging (in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd) heeft overwogen: “Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.” Het
tweede middelen het
derde middelklagen tevergeefs over ’s Hofs afwijzing van het verzoek van de verdediging om de wijkagent als getuige te horen.
3. Het voorgaande brengt mee dat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
4. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG