Conclusie
“poging doodslag”tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. Voorts bevat het arrest een bijkomende beslissing.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak werd de verdachte door het hof Leeuwarden veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag op een slachtoffer door steken met een mes. De verdediging stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof en voerde aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verzoek tot het horen van drie getuigen werd afgewezen.
De getuigen waren eerder gehoord door de rechter-commissaris, maar hadden wisselende verklaringen afgelegd bij politie en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. De verdediging wilde hen opnieuw horen om de betrouwbaarheid van de verklaringen te toetsen, mede in het kader van een mogelijke noodweersituatie.
Het hof had het verzoek tot het horen van deze getuigen afgewezen omdat geen nieuwe argumenten waren aangevoerd die de noodzaak tot het horen van deze getuigen aannemelijk maakten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het arrest van het hof. De betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit kan ook rechtstreeks volgen uit de bij de politie afgelegde verklaringen. Er is geen aanleiding tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Leeuwarden tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag blijft in stand.