Conclusie
vijfdemiddel, dat de klacht bevat dat de ter terechtzitting van 12 mei 2010 voorgedragen pleitnota zich niet bij de stukken van het geding bevindt zodat het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn.
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 23 juni 2000 noch de processen-verbaal van daarop volgende terechtzittingen inhouden, dat de verdediging heeft geklaagd over het uitblijven van een beslissing van het Hof op een door de raadsman ter terechtzitting van 23 juni 2000 aan de hand van dit stuk gevoerd verweer of gedaan verzoek en ook in cassatie niet wordt geklaagd over de onvolledigheid of onjuistheid van de beslissingen, terwijl mr. [X] zowel op na 23 juni 2000 gehouden terechtzittingen in hoger beroep waarop de zaak inhoudelijk is behandeld als in cassatie als raadsman is opgetreden.
Onder deze omstandigheden moet er in cassatie van worden uitgegaan dat het Hof geen verweren of verzoeken die een uitdrukkelijk antwoord behoefden onbeantwoord heeft gelaten, zodat zonder nadere toelichting, welke ontbreekt, niet valt in te zien in welk concreet belang de verdachte door het verzuim is geschaad. Daarom faalt het middel."
eerste middelklaagt dat het arrest van het Gerechtshof Arnhem is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op terechtzittingen van het Gerechtshof Leeuwarden en mitsdien naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van een ander gerecht dat niet bevoegd was tot behandeling van de zaak.
tweede middelklaagt dat het Hof ten onrechte het ter terechtzitting in hoger beroep gedane verzoek tot het horen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4], en/of [getuige 5] heeft afgewezen op de grond dat deze personen niet binnen een redelijke termijn als getuige gehoord zullen kunnen worden, althans dat die afwijzing zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.
Het is om te beginnen spijtig dat tot kort voor de zitting werd uitgegaan van een verzoek om getuigen dat getoetst zou moeten worden aan het noodzaakcriterium. Pas zeer recent is gebleken dat de appelschriftuur tijdig was ingediend en dat dus getoetst moet worden aan het verdedigingsbelang. De rechtbank heeft de verklaringen van een aantal door de verdediging genoemde getuigen voor het bewijs gebruikt, dus het horen van die getuigen kan voor verdachte van belang zijn. Van de eerste zeven getuigen lijkt het belang voldoende aangetoond. Ten aanzien van de getuigen 8 en 9 vraag ik mij af of daar een verdedigingsbelang aanwezig is. Deze beide personen worden in de tenlastelegging niet genoemd en gelet op de verklaringen die nu in het dossier zitten zijn de verklaringen van deze getuigen voor het bewijs van de criminele organisatie niet relevant. Naar mijn mening is er geen verdedigingsbelang.
De getuigen 14 tot en met 17 zijn al eerder gehoord. Er resteert nog een groep slachtoffers die nog niet zijn gehoord. Van sommigen van hen is de verklaring wel voor het bewijs gebruikt, dus het horen van die personen is wel van belang voor de verdediging. Ik verzet mij niet tegen het horen van die personen.
Ik vraag me overigens wel af of al deze personen nog te vinden zijn. We zullen nu ook moeten bezien of er een reële kans bestaat dat die mensen allemaal gevonden kunnen worden.
Ik stel voor om de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden, de zaak naar de rechter-commissaris te sturen, en de getuigen door de rechter-commissaris te laten horen.
Ik ben het met de advocaat-generaal eens voor wat de verwijzing naar de rechter-commissaris betreft. Met betrekking tot de vindbaarheid van de gevraagde getuigen kan er voor de verdediging mee worden volstaan dat van iedere getuige in ieder geval eenmaal wordt getracht om hem op te roepen. Als het dan niet blijkt te lukken om de betreffende getuige voor een verhoor te laten verschijnen, is het voor de verdediging in orde. Eenmaal oproepen is dus voldoende. Wanneer het hof besluit om tot het horen van de getuigen over te gaan, zullen wij er alles aan doen om de adressen van de betreffende personen te verstrekken.
2. [getuige 7];
3. [getuige 8];
5. [getuige 9];
6. [getuige 10];
7. [getuige 11];
10. [getuige 12];
11. [getuige 1];
12. [getuige 13];
13. [getuige 2];
15. [getuige 3];
16. [getuige 4];
18. [getuige 5];
19. [getuige 14];
20. [getuige 15];
en voorts alle andere onderzoekshandelingen te verrichten welke hem dienstig voorkomen.
Op de vorige zitting is van de zijde van de verdediging aangegeven dat er genoegen mee zou worden genomen wanneer ten aanzien van iedere getuige in elk geval eenmaal zou worden getracht om de getuige op te roepen. In de optiek van de verdediging is daarvan nu nog geen sprake. Ten aanzien van enkelen van de getuigen blijkt slechts dat de rechter-commissaris ze wel wil zoeken, maar dat er feitelijk nog niets is gebeurd. De verdediging kan daar geen genoegen mee nemen. Voor zover ons adressen en persoonsgegevens bekend waren, hebben wij die verstrekt. Er blijkt echter niet dat daadwerkelijk is getracht om de betreffende getuigen te pakken te krijgen om ze te kunnen verhoren. Ik verzoek het hof daarom de behandeling alsnog aan te houden, zodat de rechter-commissaris alsnog kan proberen om de Indiase autoriteiten de betreffende personen te laten opsporen. Ik begrijp dat dit tijd en geld gaat kosten, maar dat moet dan maar zo zijn. Wij willen in ieder geval nog geen afstand doen van de nog niet gehoorde getuigen. Van geen van de niet-gehoorde getuigen doe ik afstand, want als wordt aangehouden is het mogelijk dat ze toch nog gevonden worden en dat ze dan alsnog gehoord kunnen worden.
Ik ben het niet met de raadsman eens. De rechter-commissaris is begonnen met het vragen van persoons- en adresgegevens. De adressen van in Nederland wonende getuigen heb ik, voor zover ze bij het openbaar ministerie bekend waren, aan de rechter-commissaris gegeven. Over de andere getuigen had ik geen informatie. De rechter-commissaris is de getuigen van wie dat mogelijk was gaan horen. De rechter-commissaris in Lelystad en de rechter-commissaris in Den Haag hebben de stand van zaken bekendgemaakt en ze hebben aangegeven wat ze hebben ondernomen. Naar mijn mening is het genoeg geweest. Het is nogal eenvoudig om gewoon te stellen dat het nog maar eens geprobeerd moet worden. In Nederland hebben wij een goed GBA-systeem, maar dat hebben ze in India niet. Het kan daar voorkomen dat mensen gewoon niet te vinden zijn. Ook niet via een systeem. Op grond van de voorliggende gegevens kan worden gesteld dat niet aannemelijk is te achten dat de thans nog niet gehoorde getuigen binnen een redelijke termijn alsnog door een rechter gehoord kunnen worden. We moeten nu dus doorgaan met de behandeling.
Op dit moment blijkt van bijna de helft van de getuigen niet dat een poging is gedaan om ze te vinden. Dit blijkt uit de e-mails van de rechter-commissarissen. Het is nogal wat om onder die omstandigheid af te wijken van reeds toegezegde getuigen. Het hof ontkomt er niet aan dat nog een echte poging moet worden ondernomen om alle getuigen te horen.
Van de getuigen van wie het hof op 12 mei 2010 het verhoor aan de rechter-commissaris heeft opgedragen zijn thans acht getuigen nog niet gehoord. Van deze personen is geen adres of verblijfplaats bekend, en [het] staat niet eens vast of de persoonsgegevens zoals die uit de stukken naar voren komen ook daadwerkelijk kloppen. Ook staat niet vast of deze personen wel in India verblijven. Van de zijde van de verdediging, op wiens verzoek deze getuigen zouden worden gehoord, is geen nadere informatie verstrekt over personalia en/of woon- of verblijfplaats van deze personen. Het hof acht het onder deze omstandigheden onaannemelijk dat deze personen binnen een redelijke termijn als getuige gehoord zullen kunnen worden. Het verzoek om aanhouding wordt daarom afgewezen, en het onderzoek ter zitting wordt voortgezet.
Ik schaar mij achter het nadere aanhoudingsverzoek dat de raadsman van een van de medeverdachten in zijn zaak heeft gedaan. Dit verzoek houdt in dat het onderzoek thans voor maximaal een à twee maanden wordt geschorst. In die beperkte periode kan dan via de rechter-commissaris in Zwolle-Lelystad of de rechter-commissaris in Den Haag duidelijkheid worden verkregen over de niet-gehoorde getuigen. Door een korte aanhouding is afdoening binnen een zo redelijk mogelijke termijn gewaarborgd. Verdachte heeft behoefte aan meer duidelijkheid rond de nog niet gehoorde getuigen. De rechter-commissaris kan de Indiase autoriteit dwingend toespreken om nadere informatie over die getuigen krijgen. Als blijkt dat de betreffende getuigen echt niet kunnen worden opgespoord, kan verdachte daarmee vrede hebben.
Het verzoek voor een beperkte aanhouding lijkt mij niet reëel. Er staat al vast dat de nog niet gehoorde getuigen niet kunnen worden gevonden. Daar is geen onduidelijkheid meer over. Het bericht van de rechter-commissaris is van gisteren en daaruit blijkt dat deze rechter-commissaris gisteren contact heeft gehad met de Indiase autoriteiten. Daar komt bij dat aanhouding op een zo korte termijn in verband met het reeds vaststaande zittingsrooster niet goed mogelijk is.
derde middelklaagt dat het Hof, in strijd met de eigen overweging dat alle door de verdachte op 9 mei 2006 afgelegde verklaringen van het bewijs worden uitgesloten, een verklaring van de verdachte van deze datum (bewijsmiddel 23) bij de bewijsvoering heeft betrokken.
Het hof is - met de raadsman en de advocaat-generaal - van oordeel dat er sprake is geweest van een verhoorsituatie na de aanhouding en inverzekeringstelling van verdachte. Verdachte had op dat moment gewezen moeten worden op zijn recht een advocaat te consulteren. Het hof stelt vast dat niet blijkt dat verdachte op dit recht is gewezen en sluit de verklaringen van verdachte, afgelegd op 9 mei 2006, om die reden uit van het bewijs. (…).”
vierde middelkomt op tegen de bewijsoverweging van het hof waarin - aldus het middel - omstandigheden worden genoemd die niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgen en waarvan de herkomst in de overwegingen evenmin voldoende nauwkeurig is aangegeven.
2. Zij kwamen naar Nederland om geld te verdienen.
3. Zij hebben zichzelf gewend tot aanwezigen in een Sikhtempel met het verzoek om werk en/of om eten en onderdak.
bij de Hoge Raad der Nederlanden