Conclusie
eerstemiddel bevat de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de moeder de ouderlijke macht over de kinderen uitoefende; met een beroep op HR 31 januari 2012, ECLI:NL: HR:2012:BU6921, NJ 2012/100 wordt aangevoerd dat voor een bewezenverklaring ter zake van art. 279 moet Pro vast staan wie het wettig gezag over de minderjarige(n) uitoefent; dit kan in casu niet op grond van een opmerking van een verbalisant in bewijsmiddel 7 worden aangenomen.
en
dat hij toen en daar zijn drie minderjarige kinderen heeft onttrokken aan het over hen gestelde gezag door hen niet op de afgesproken tijd bij hun moeder, [betrokkene 1], terug te brengen en onder dwang heeft meegenomen naar België en Frankrijk (volgen tal van details).
tweedemiddel bevat de klacht dat het beroep op psychische overmacht is verworpen op gronden die de verwerping niet kunnen dragen.
bij de Hoge Raad der Nederlanden