Conclusie
middelklaagt erover dat het Hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verworpen. Het Hof zou blijk hebben gegeven van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van art. 74 Algemene Pro wet inzake rijksbelastingen (AWR).