ECLI:NL:PHR:2013:2101
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met een opgelegde werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Tegen dit arrest is door de advocaat van verdachte beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 19 februari 2013 betekend.
Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur houdende de middelen van cassatie worden ingediend. Deze schriftuur is niet binnen de gestelde termijn ingediend, waardoor de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaart.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep. Hiermee komt een einde aan de procedure bij de Hoge Raad zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.