ECLI:NL:PHR:2013:2113

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 oktober 2013
Publicatiedatum
20 december 2013
Zaaknummer
12/04782
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte wegens niet tijdig indienen cassatiemiddelen

Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met oplegging van een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Verdachte stelde beroep in cassatie in, waarvoor de aanzegging op 25 februari 2013 werd betekend. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend.

In deze zaak is binnen de gestelde termijn geen schriftuur met middelen ingediend door de raadsman van verdachte. Hierdoor is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep.

Deze beslissing betekent dat het arrest van het Gerechtshof Arnhem ongewijzigd blijft en dat het cassatieberoep van verdachte niet behandeld wordt vanwege het niet naleven van de procesrechtelijke termijn.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 12/04782
Zitting: 29 oktober 2013
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 25 september 2012 verdachte wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken 12/03864, 12/03868, 12/03937, 12/04754, 12/04755, 12/05995, 13/00013 en 13/00014, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, op 1 oktober 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 25 februari 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG