Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het verweer van de verdediging strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn vervolging althans tot uitsluiting van het bewijs van alle aangiften die verkregen zijn met toepassing van het verhoorprotocol, ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
Verhoorprotocol
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 1 voor zover inhoudende “door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht”, niet uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
moestgaan werken, toch heeft meegewerkt aan het transport van [slachtoffer 1] van Nederland naar haar eindbestemming, heeft zij bewust de aanmerkelijk kans aanvaard dat zij zou worden uitgebuit in de prostitutie. Derhalve heeft verdachte zich jegens [slachtoffer 1] ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensenhandel.
"De in dit verband verboden gedragingen, bestaande in het aanwenden van dwang door geweld of een andere feitelijkheid, het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding, beïnvloeden de wil waaronder is begrepen de keuzemogelijkheid van het slachtoffer, in die zin dat zij leiden tot het ontbreken van vrijwilligheid waartoe ook behoort het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken. De omstandigheid dat het slachtoffer reeds eerder bij prostitutie betrokken was, vormt op zich geen aanwijzing inzake vrijwilligheid."
(Kamerstukken II, 1988/89, 21 207, nr. 3, blz. 3 e.v.)
"Ten aanzien van meerderjarigen geldt dat vrijwilligheid ontbreekt, indien de prostitué(e) niet of slechts in verminderde mate de mogelijkheid heeft een bewuste keuze te maken met betrekking tot het al dan niet voortzetten van zijn of haar relatie met de exploitant. Dit is niet anders indien de relatie aanvankelijk op vrijwillige basis werd aangegaan (...)."
moestgaan werken om geld te verdienen en dat ze al veel te lang in Nederland had verbleven, afgeleid dat [slachtoffer 1] niet de vrije keuze had om in de prostitutie te gaan werken. Deze conclusie volgt volgens het hof tevens uit de verklaring die [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris heeft afgelegd over de omstandigheden waaronder zij leefde in Nigeria. Deze verklaring is eveneens tot het bewijs gebezigd (bewijsmiddel 5) en houdt onder meer in dat het slechte leven in Nigeria haar ertoe gebracht heeft om naar Nederland te komen, dat zij geen geld kreeg van haar vader en ook geen eten en dat haar moeder was overleden. Voorts houdt de tot het bewijs gebezigde verklaring van [slachtoffer 1] (bewijsmiddel 4) in dat zij in Italië in de prostitutie moest gaan werken.