ECLI:NL:PHR:2013:2199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest verduistering wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor verduistering van een verblijfsdocument dat zij anders dan door misdrijf, namelijk door het vinden, onder zich had. Het hof baseerde zijn oordeel op het feit dat het document in de portemonnee van de verdachte was aangetroffen en dat de verdachte niet had aangetoond dat zij het document direct aan de politie had overgedragen.
De verdediging voerde aan dat het enkele aantreffen van het document in de portemonnee onvoldoende bewijs is voor wederrechtelijke toe-eigening en dat de verdachte het document was vergeten aan te geven bij de politie. Ook werd gesteld dat het tijdsverloop en de omstandigheden niet wijzen op opzet tot wederrechtelijke toe-eigening.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet heeft voldaan aan de vereiste motiveringsplicht, omdat het niet apart is ingegaan op het uitdrukkelijk onderbouwde verweer van de verdachte omtrent de wederrechtelijke toe-eigening. Hierdoor is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en kan het arrest niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling van het bewijs en de tenlastelegging. Hiermee wordt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde bewijsvoering onderstreept, zeker wanneer het gaat om opzet en wederrechtelijkheid bij verduistering.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.