Conclusie
middelklaagt over ’s hofs verwerping van het verweer dat strekte tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie wegens een ernstige schending van de goede procesorde.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
A.1.
A.2.
A.3.
A.4.
“C.2.I.
Getuige de memorie van toelichting bij de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden moet onder technisch hulpmiddel, anders dan die welke zintuigversterkend zijn zoals een verrekijker of camera, worden begrepen hulpmiddelen die over een kortere of langere perioden signalen registreren ten behoeve van observatie.
De flockvezelmethode is naar het oordeel van het hof niet een technisch hulpmiddel dat op technische wijze bijvoorbeeld de plaatsbepaling registreert. Het hof is van oordeel dat deze methode derhalve niet dient te worden aangemerkt als een technisch hulpmiddel in de zin van artikel 126g lid 3 Sv jo artikel 126ee Sv tengevolge waarvan artikel 126g lid 3 Sv niet'' MvT kamerstukken 25 403 nr. 3 pag. 27; vide tevens de toelichting op hel besluit technische hulpmiddelen strafvordering van toepassing is. De officier van justitie behoefde derhalve in het bevel tot observatie niet op te nemen dat ter uitvoering daarvan de flockvezelmethode zou worden aangewend terwijl ook de restrictie dat het technisch hulpmiddel niet op een persoon mag worden bevestigd niet van toepassing is.
In de onderhavige zaak is deze methode ingezet in het kader van een omvangrijkere observatie waarbij tevens visueel is geobserveerd en peilbakens zijn ingezet. Deze (methoden van) observaties zijn bij elkaar genomen wel stelselmatig geweest zodat daarvoor een bevel ex art. I26g Sv noodzakelijk was. Zoals hiervoor reeds is aangegeven is zo een bevel door de officier van justitie afgegeven en dekte dit naar het oordeel van het hof daarmee tevens de inzet van de flockvezelmethode.