Conclusie
2.Bespreking van het cassatieberoep
middel 1wordt het oordeel van het hof uit rov. 3.1 en 3.3 bestreden dat [verzoekster] tijdens de schuldsaneringsregeling haar informatieplicht jegens de bewindvoerder niet naar behoren is nagekomen. Dit oordeel van het hof steunt op de hiervoor in 1.5 onder 1) tot en met 4) en 6) genoemde vijf pijlers. Middel 1 ziet alleen op omstandigheid 1) (informatie over samenwoning), terwijl de andere vier pijlers – in ieder geval tezamen genomen – het oordeel van het hof over de geschonden informatieplicht zelfstandig kunnen dragen. Dat betekent dat middel 1 niet tot cassatie kan leiden.
middel 3, gericht tegen de schatting van de ontstane boedelachterstand in rov. 3.4 (vgl. de hiervoor in 1.5 genoemde omstandigheid 7)). Ook daarvoor geldt dat alleen al omdat middel 1 niet tot cassatie kan leiden, de zelfstandig dragende grond van het niet voldoen aan haar informatieverplichting voldoende is voor de tussentijdse beëindiging van de schuldsanering.
anders te beslissen’) ligt naar mij voorkomt besloten dat het hof (ook) geen aanleiding zag de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen. Dat oordeel is bepaald niet onbegrijpelijk. Ook na de op het nippertje voorkomen tussentijdse beëindiging in juli 2011, hiervoor gemeld in 1.2 , is een aantal ernstige schendingen van de uit de saneringsregeling voortvloeiende verplichtingen gebleken. Anders gezegd: uit de door het hof geconstateerde gebreken zijdens [verzoekster] is niet van voldoende saneringsgezindheid gebleken [7] . Illustratief daarvoor lijkt mij de opmerking van de voorzitter tijdens de mondelinge behandeling in appel (vgl. p. 3 van het hof in het proces-verbaal): ‘
u maakt op mij de indruk dat de bewindvoerder alleen maar lastig is. U zegt dat u wel meldingen doet, maar het lijkt er meer op dat u liever uw eigen gang gaat.’ Weliswaar heeft de bewindvoerder in haar verslag van 10 januari 2013 verzocht de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen [8] , maar in haar latere fax van 14 mei 2013 zag zij in het opnieuw niet voldoen aan de informatie- en afdrachtplicht in de tussenliggende periode aanleiding om een verzoek tot tussentijdse beëindiging in te dienen (zie ook rov. 1.2 van het vonnis van de rechtbank) [9] . In hoger beroep heeft de bewindvoerder bij brief van 26 augustus 2013 ook aangegeven dat de rechtbank terecht tot het oordeel is gekomen dat de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd dient te worden. Onder deze omstandigheden kon het hof meen ik volstaan met de gegeven motivering. Het middel faalt.