ECLI:NL:PHR:2013:2399
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen cassatiemiddelen in Opiumwetzaak
Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte bij arrest van 19 oktober 2011 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 219 dagen wegens opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet. Tevens werd verbeurdverklaring en teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen opgelegd.
Verdachte stelde beroep in cassatie in, vertegenwoordigd door mr. V.C. van der Velde. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend op 11 januari 2012 aan verdachte persoonlijk en op 19 januari 2012 aan zijn raadsman. Echter, verdachte heeft geen schriftuur met cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn.
De Hoge Raad oordeelt dat hierdoor het vereiste voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv niet is nageleefd en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.