ECLI:NL:PHR:2013:2430

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2013
Publicatiedatum
28 januari 2014
Zaaknummer
12/04038
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel in profijtontneming

In deze zaak stond de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel centraal in een profijtontnemingsprocedure. De verdediging had de gevolgtrekking uit het financieel rapport gemotiveerd betwist, waardoor de rechter volgens de Hoge Raad niet vol kon blijven met alleen de vermelding van het financieel rapport als bewijsmiddel. De rechter moest expliciet motiveren waarom hij de gevolgtrekking aanvaardde.

Het Hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bepaald bedrag geschat en deze schatting was, mede gelet op de betwisting door de verdediging, toereikend gemotiveerd. De feiten en omstandigheden waarop het oordeel was gebaseerd waren voldoende weergegeven in de overwegingen van de rechtbank die het hof had overgenomen.

De Hoge Raad stelde vast dat de verwijzing naar de stukken van het ontnemingsdossier voldoende nauwkeurig was, zodat het cassatieberoep kansloos was. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de geldende jurisprudentie over de motiveringsplicht bij schattingen van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gemotiveerde betwisting van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Conclusie

Nr. 12/04038 P
Mr. Harteveld
Zitting 17 september 2013
Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam . Mr. G. Meijers en mr. F.P. Slewe, advocaten te Amsterdam hebben gezamenlijk tijdig een schriftuur houdende één middel van cassatie ingediend.
2. Het middel miskent dat, gelet op HR 26 maart 2012, LJN BV9087, de ontnemingsrechter ten aanzien van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen waaraan die schatting is ontleend, indien en voor zover de schattig niet is betwist. ’s Hofs oordeel is gelet op de ter terechtzitting gevoerde discussie geenszins ontoereikend gemotiveerd. Het middel is kansloos.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden