ECLI:NL:PHR:2013:2558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Omzetting voorwaardelijke hechtenis naar taakstraf en toepasselijkheid art. 22d Sr
In deze zaak stond de omzetting van een voorwaardelijke hechtenis van 14 dagen naar een taakstraf van 30 uren centraal. De verdachte was veroordeeld wegens niet-naleving van de Wet personenvervoer 2000 en kreeg een voorwaardelijke hechtenis opgelegd die later werd vervangen door een taakstraf.
De vraag was of de vervangende hechtenis die kan worden opgelegd bij niet-naleving van de taakstraf langer mag zijn dan de oorspronkelijk opgelegde hechtenis. De Hoge Raad concludeerde dat de wetgever niet heeft voorzien in een vervangende hechtenis die langer is dan de oorspronkelijke straf, en dat de taakstraf zodanig moet worden vastgesteld dat de vervangende hechtenis die eraan verbonden is niet langer kan duren dan de oorspronkelijke hechtenis.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover de taakstraf 30 uren bedroeg en stelde vast dat deze moet worden teruggebracht tot 28 uren, met een vervangende hechtenis van maximaal 14 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalde dat de taakstraf maximaal 28 uren mag zijn met een vervangende hechtenis van 14 dagen, en vernietigde het arrest voor zover de taakstraf 30 uren bedroeg.