Conclusie
[de vrouw],
[de man],
Subonderdeel 2.1.1bevat geen klacht.
subonderdeel 2.1.4voor zover deze ziet op de psychische toestand van de vrouw. Op de enkele stelling van de vrouw met betrekking tot haar vrees voor agressie van de man jegens het kind behoefde het hof gezien zijn overige overwegingen niet nog afzonderlijk in te gaan.
Subonderdeel 2.1.7miskent dat het bij de zojuist bedoelde beoordeling gaat om de betekenis van de stellingen omtrent de psychische draagkracht en niet om het bewijs van de daaraan voorafgaande mishandelingen. Anders dan
subonderdeel 2.1.8aanvoert, heeft het hof geen oordeel gegeven omtrent de medische toestand van de vrouw. Het heeft de verklaringen van de huisarts en psycholoog beoordeeld in verband met de betekenis die in de afweging moet toekomen aan de psychische draagkracht van de vrouw. [1]
klachten onder Ifalen. Het hof heeft de brieven van dr. McCollum-Willems niet miskend, maar een eigen afweging gemaakt welke gezien de tussenbeschikking en de inhoud van het rapport van de Voogdijraad van 12 februari 2013 voldoende is gemotiveerd. Het hof heeft niet (ook niet in zijn tussenbeschikking) geoordeeld dat de berichten van de behandelaars van de vrouw niet ter zake zijn.
klachten op p. 15, van onderdeel 2.2 onder II en van onderdeel 2.3dienen eveneens te falen. Het hof heeft aan de hand van een juiste maatstaf een voldoende gemotiveerd oordeel gegeven, dat sterk verweven is met waarderingen van feitelijke aard. Voor de Hoge Raad resteert dan verder geen taak.