ECLI:NL:PHR:2013:47

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 mei 2013
Publicatiedatum
8 juli 2013
Zaaknummer
12/02365
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen

Het gerechtshof te Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaren en 6 maanden bij arrest van 20 maart 2012. Verdachte stelde tijdig beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De aanzegging conform artikel 435, eerste lid, Sv is geldig betekend.

Echter heeft de raadsman van verdachte, mr. G. Spong, bij brief van 13 september 2012 laten weten dat namens verdachte geen middelen van cassatie zullen worden voorgesteld. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, Sv dat binnen de gestelde termijn schriftuur houdende middelen van cassatie worden ingediend.

De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dat verdachte daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De zaak hangt samen met die van een mede verdachte, maar dit heeft geen invloed op de ontvankelijkheid van verdachte in cassatie.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 12/02365
Mr. Aben
Zitting 14 mei 2013
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Het gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 20 maart 2012 de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaren en 6 maanden. Het arrest bevat voorts een aantal bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. De aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv is geldig betekend, maar de raadsman van de verdachte, mr. G. Spong, heeft bij brief van 13 september 2012 laten weten dat namens de verdachte geen middelen van cassatie zullen worden voorgesteld.
3. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaak 12/02798 van mede verdachte [medeverdachte].