ECLI:NL:PHR:2013:515
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt straf voor niet-gemelde doorvoer van afvalstoffen via Nederland
In deze zaak stond de vraag centraal of Nederland als land van doorvoer kan worden aangemerkt voor afvaltransporten van het Verenigd Koninkrijk naar Vietnam via Nederland, en of de verdachte terecht is veroordeeld voor het niet melden van deze doorvoer aan de bevoegde autoriteiten.
Het hof had vastgesteld dat verdachte meerdere keren afvalstoffen overbracht zonder de vereiste kennisgeving, wat een overtreding is van artikel 10.60 Wet Milieubeheer in samenhang met de Europese EVOA-verordening. De verdediging voerde onder meer aan dat er geen sprake was van doorvoer, dat de wetgeving was veranderd en dat het bewijs onvoldoende was. Deze verweren werden door de Hoge Raad verworpen.
De Hoge Raad benadrukte dat ook bij doorvoer via Nederland kennisgeving verplicht is en dat het hof de feiten terecht als meerdaadse samenloop kwalificeerde, maar corrigeerde de strafoplegging door te bepalen dat slechts één geldboete opgelegd had moeten worden. Tevens werd erkend dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat tot strafverlaging leidt.
De uitspraak geeft een uitgebreide juridische analyse van het begrip doorvoer in de EVOA, de relevante Europese en internationale regelgeving, en de toepassing daarvan op grensoverschrijdend afvaltransport. De Hoge Raad bevestigt daarmee de noodzaak van kennisgeving bij doorvoer en handhaaft de sancties voor het niet naleven hiervan.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één geldboete van €15.000 wegens het niet melden van doorvoer van afvalstoffen via Nederland.