ECLI:NL:PHR:2013:534

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2013
Publicatiedatum
27 augustus 2013
Zaaknummer
12/04183
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt voorbedachte raad en voorwaardelijk opzet bij brandstichting caravan

Het cassatieberoep richtte zich tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 augustus 2012, waarin verdachte werd veroordeeld voor brandstichting met voorbedachte raad en voorwaardelijk opzet op de dood van een hond.

De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel, dat neerkwam op een herhaling van eerdere feiten, kansloos was omdat het Hof op duidelijke wijze had gemotiveerd dat sprake was van voorbedachte raad, afgeleid uit de bewijsmiddelen.

Het tweede middel werd eveneens verworpen omdat het Hof terecht had geoordeeld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat door het in brand steken van een caravan mensen en een hond in gevaar konden komen.

Het derde middel betrof de kosten voor rechtsbijstand, waarbij het Hof de aangepaste kosten geheel had toegewezen nadat de raadsman van verdachte geen bezwaar had gemaakt. De Procureur-Generaal adviseerde niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens gebrek aan kans van slagen.

Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het Hof Leeuwarden bleef in stand.

Conclusie

Nr. 12/04183
Zitting: 25 juni 2013
Mr. Vegter
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 augustus 2012. Er is tijdig een schriftuur houdende drie middelen van cassatie ingekomen.
2. Het
eerste middel, dat niet veel meer inhoudt dan een herhaling van hetgeen in feitelijke aanleg is aangevoerd, is evident kansloos. Het Hof heeft op toereikende en niet onbegrijpelijke wijze uiteengezet dat en waarom het van oordeel is dat sprake is geweest van voorbedachte raad, terwijl ook uit de gebezigde bewijsmiddelen de voorbedachte raad zonder meer kan worden afgeleid.
3. Het
tweede middelis evident kansloos, omdat het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen 1, 9 en 10 het voorwaardelijk opzet van de verdachte op de dood van de hond heeft kunnen afleiden. Door midden in de nacht een caravan in brand te steken, waarvan niet kan worden uitgesloten dat er zich mensen in zouden ophouden, heeft de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat die mensen mogelijk een huisdier (in casu een hond) bij zich zouden hebben.
4. Het
derde middelis evident kansloos, nu uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 27 juli 2011 blijkt dat de raadsman van de verdachte, nadat de raadsman van de benadeelde partij aldaar de gevorderde kosten voor rechtsbijstand had verminderd, heeft medegedeeld geen bezwaar tegen de gevorderde kosten voor rechtsbijstand (meer) te hebben. Dat het Hof de (aangepaste) gevorderde kosten voor rechtsbijstand geheel heeft toegewezen wekt dan ook op geen enkele wijze verbazing.
5. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie, nu de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG