ECLI:NL:PHR:2013:57

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 mei 2013
Publicatiedatum
9 juli 2013
Zaaknummer
11/02146 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur middelen van cassatie in profijtontnemingszaak

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest vastgesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel € 11.333,- bedraagt en heeft betrokkene verplicht tot betaling van € 10.000,- aan de Staat.

Tegen dit arrest is tijdig cassatieberoep ingesteld door betrokkene. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv dient binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend.

In deze zaak is echter geen tijdige schriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep verklaard.

Deze conclusie is gegeven door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad en betreft tevens samenhangende zaken met nummers 11/02147, 11/02146 P, 11/01813 P en 11/01812.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 11/02146 P
Zitting: 14 mei 2013
(bij vervroeging)
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 30 maart 2011 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat bepaald op € 11.333,- en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,-.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/02147, 11/02146 P, 11/01813 P en 11/01812. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is namens de betrokkene tijdig cassatieberoep ingesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu in de onderhavige zaak bij de Hoge Raad niet (tijdig) zo een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG