Conclusie
(bij vervroeging)
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest vastgesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel € 11.333,- bedraagt en heeft betrokkene verplicht tot betaling van € 10.000,- aan de Staat.
Tegen dit arrest is tijdig cassatieberoep ingesteld door betrokkene. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv dient binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend.
In deze zaak is echter geen tijdige schriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep verklaard.
Deze conclusie is gegeven door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad en betreft tevens samenhangende zaken met nummers 11/02147, 11/02146 P, 11/01813 P en 11/01812.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.