Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof art. 359, tweede lid jo. 415 Sv heeft geschonden nu het oordeel van het Hof inhoudende dat er geen reden was om af te zien van het opleggen van de gevorderde schadevergoedingsmaatregel, onder meer gelet op hetgeen namens de verdachte is aangevoerd, niet zonder meer begrijpelijk is.
tweede middelklaagt dat de begroting van het Hof van de door de benadeelde partij [A] B.V. gemaakte kosten een kennelijke misslag bevat, nu de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt ten behoeve van haar aanwezigheid op de zitting van 21 februari 2011 zijn meegenomen in deze begroting, waardoor de beslissing onbegrijpelijk is en nadere motivering behoeft.