Conclusie
middelklaagt dat uit de bewijsmiddelen niet het oogmerk op de geweldpleging kan volgen.
[betrokkene 3]:
[betrokkene 2]:
[betrokkene 2]:
[betrokkene 5]:
[betrokkene 5]:
[betrokkene 1]:
getuige [betrokkene 6]:
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad over een diefstal met geweld gepleegd op 19 april 2006 te Amsterdam, waarbij verdachte samen met anderen een tas met geld heeft weggenomen van een medeplichtige die de tas droeg. Het hof had verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf en schadevergoeding aan de benadeelde partij toegekend.
De cassatie richtte zich onder meer op de vraag of het oogmerk om de diefstal met geweld te vergemakkelijken aanwezig kon zijn wanneer het slachtoffer mede het plan had beraamd en bij de uitvoering betrokken was. De Hoge Raad verwierp het verweer dat dit oogmerk ontbrak in die situatie en bevestigde dat het oogmerk ook kan bestaan als het geweld jegens een medeplichtige wordt gebruikt om de diefstal te vergemakkelijken of het bezit van het gestolene te verzekeren.
Daarnaast werd het verweer dat het geweld jegens een andere betrokkene onopzettelijk was toegebracht eveneens verworpen. De Hoge Raad stelde dat de feitenrechter de bewijsmiddelen naar behoren had gewogen. Wel werd erkend dat de redelijke termijn was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering. Het beroep in cassatie werd verder verworpen, behoudens de strafmaat.
Deze uitspraak verduidelijkt de uitleg van het oogmerk bij diefstal met geweld en bevestigt dat medeplichtigheid van het slachtoffer het oogmerk niet uitsluit. Tevens benadrukt het arrest het belang van redelijke termijn in strafzaken.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt aanwezigheid oogmerk geweld bij diefstal ondanks medeplichtigheid slachtoffer en vermindert straf wegens termijnoverschrijding.