ECLI:NL:PHR:2013:70

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2013
Publicatiedatum
17 juli 2013
Zaaknummer
11/04316
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 SvArt. 408a SvArt. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onvolkomen volmacht

Verdachte werd door het hof Arnhem niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter wegens het ontbreken van een rechtsgeldige schriftelijke volmacht voor het instellen van hoger beroep. De raadsman had een fax gestuurd zonder de vereiste volmacht en adresgegevens, waardoor het hof het beroep niet ontvankelijk verklaarde.

De Hoge Raad herhaalt de in eerdere arresten geformuleerde eisen voor een schriftelijke volmacht en de mogelijkheid dat een verzuim in die volmacht gedekt kan worden gehouden indien verdachte of zijn raadsman ter terechtzitting in hoger beroep verschijnen en verklaren dat de volmacht de wens van verdachte weerspiegelt om hoger beroep in te stellen.

In deze zaak bleek uit het proces-verbaal van de terechtzitting dat verdachte en zijn raadsman aanwezig waren en dat de volmacht onvolkomen was maar wel de wens van verdachte weerspiegelde. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het verzuim gedekt is en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting van het hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

Nr. 11/04316
Mr. Machielse
Zitting 11 juni 2013
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof Arnhem heeft verdachte op 12 september 2011 op tegenspraak niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Utrecht van 17 januari 2011, waarbij verdachte ter zake van “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht” is veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 300, te vervangen door zes dagen hechtenis.
2. Mr. J. Zandberg, advocaat te Zevenaar, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld. Mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3.1 Het middel beoogt te klagen over de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van verdachte in zijn hoger beroep.
3.2 De aantekening van het mondeling arrest houdt in dat het hof het volgende heeft overwogen en beslist:

Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De raadsman heeft op 27 januari 2011 een faxbericht gezonden naar de griffie van de rechtbank Utrecht met het verzoek om hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van de Politierechter van 17 januari 2011.
In het verzoek heeft hij de naam van verdachte (zonder opgave van een adres) vermeld en het parketnummer 16/180735-10, maar niet dat de raadsman door verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep en ook niet dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep, terwijl tenslotte ook een opgave ontbreekt van een door de verdachte opgegeven adres voor toezending van het afschrift van de appeldagvaarding.
De brief van de raadsman tot het instellen van het hoger beroep voldoet daarmee niet aan de vereisten van artikel 450, derde lid van het Wetboek van Strafvordering (Vgl HR 22 december 2009, LJN BJ 7810)
Gelet hierop zal verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.”
3.3 De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 20 maart 2012, [1] voor zover thans relevant, het volgende beslist:
“2.5. Zoals in [het arrest van 22 december 2009 [2] ] is geoordeeld, moeten de eisen waaraan de schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens de verdachte hoger beroep in te stellen, worden bezien tegen de achtergrond van de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep. Die aanscherping had tot doel problemen met betrekking tot de betekening van appeldagvaardingen te voorkomen althans te verminderen. Met het oog daarop is voorzien in de uitreiking van de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep aan zijn gemachtigde ( art. 408a in verbinding met art. 450 Sv Pro).
2.6. Gelet op deze ratio van de eisen waaraan een door een advocaat verstrekte volmacht moet voldoen, is in zaken waarin ter terechtzitting in hoger beroep noch de verdachte noch een door hem op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigde raadsman is verschenen, daarom in de regel het door een advocaat door middel van een schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker ingestelde beroep niet-ontvankelijk indien die volmacht niet aan alle voormelde voorwaarden voldoet.
2.7. Gelet op diezelfde ratio bestaat evenwel onvoldoende grond voor de niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens een verzuim als voormeld, indien ter terechtzitting in hoger beroep wel de verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv Pro gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar - zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen. Weliswaar is in genoemd arrest geoordeeld dat de wetgever niet heeft willen weten van een volmacht die aan voormelde eisen niet beantwoordt en dat hij ook niet heeft willen weten van de mogelijkheid tot herstel van verzuimen na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep, maar dat staat niet eraan in de weg dat in een dergelijk geval een verzuim als voormeld voor gedekt wordt gehouden.”
3.4 Recentelijk heeft de Hoge Raad dit oordeel herhaald in HR 19 maart 2013, LJN: BZ4492, r.ov. 2.5.
3.5 Nu blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 september 2011 zowel verdachte als zijn raadsman aldaar zijn verschenen en ik aan hetgeen de raadsman bij die gelegenheid heeft aangevoerd ontleen dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen, moet het geconstateerde verzuim in de volmacht voor gedekt worden gehouden en kan het arrest van het hof niet in stand blijven.
3.6 Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.LJN: BV6999, NJ 2012, 426 m.nt. Bleichrodt.
2.LJN: BJ7810, NJ 2010, 102 m.nt. Borgers.