ECLI:NL:PHR:2013:73
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cassatieberoep wegens afpersing met geweld en bedreiging door meerdere personen
Het gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden wegens afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen. Verdachte zou samen met anderen medewerkers van een firma hebben gedwongen tot afgifte van een aanzienlijk geldbedrag door middel van geweld en bedreiging met een vuurwapenachtig voorwerp, fysieke mishandeling en het vastbinden van slachtoffers.
Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld met twee middelen. Het eerste middel klaagt over een vermeende innerlijke tegenstrijdigheid en onvoldoende motivering in de bewezenverklaring, met name over de toedracht van een dreigende uitlating door verdachte. De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze uitlating toekent aan verdachte als degene die de bedreiging uitte, en dat dit niet in strijd is met het bewijs of de bewijsoverwegingen. De klacht faalt omdat zij berust op een verkeerde lezing en onvoldoende feitelijke grondslag.
Het tweede middel betreft een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase door late indiening van stukken. De Hoge Raad stelt dat deze overschrijding niet tot cassatie kan leiden, mede omdat de ingediende middelen niet in strijd zijn met art. 80a RO. Beide middelen falen en het cassatieberoep wordt verworpen. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd met een gevangenisstraf van achttien maanden wegens afpersing door meerdere personen.