ECLI:NL:PHR:2013:730

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2013
Publicatiedatum
9 september 2013
Zaaknummer
11/02624
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-tijdige indiening schriftuur

Verdachte werd door het Gerechtshof te ’s-Gravenhage veroordeeld tot 86 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €10.000,-, subsidiair 85 dagen hechtenis. Tevens werd een paspoort aan het verkeer onttrokken, terwijl een vordering tot verbeurdverklaring werd afgewezen.

Verdachte stelde tijdig beroep in cassatie in, maar ondanks geldige aanzegging is namens hem niet binnen de wettelijke termijn een schriftuur met middelen van cassatie ingediend. Volgens art. 437, tweede lid, Sv moet dit binnen twee maanden na betekening van de aanzegging gebeuren.

De Hoge Raad verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet naleven van de procesvereisten.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening van een schriftuur.

Conclusie

Nr. 11/02624
Zitting: 4 juni 2013
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verzoeker = verdachte]
1. Verzoeker is bij arrest van 24 mei 2011 door het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage wegens de in dat arrest omschreven feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 86 maanden en een geldboete van € 10.000,-, subsidiair 85 hechtenis. Tevens heeft het Hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een paspoort en de vordering tot verbeurdverklaring afgewezen.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken met de griffienummers 11/02762 en 11/02769, in welke zaken ik heden eveneens concludeer.
3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens verzoeker niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de vorenbedoelde aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG