ECLI:NL:PHR:2013:730
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-tijdige indiening schriftuur
Verdachte werd door het Gerechtshof te ’s-Gravenhage veroordeeld tot 86 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €10.000,-, subsidiair 85 dagen hechtenis. Tevens werd een paspoort aan het verkeer onttrokken, terwijl een vordering tot verbeurdverklaring werd afgewezen.
Verdachte stelde tijdig beroep in cassatie in, maar ondanks geldige aanzegging is namens hem niet binnen de wettelijke termijn een schriftuur met middelen van cassatie ingediend. Volgens art. 437, tweede lid, Sv moet dit binnen twee maanden na betekening van de aanzegging gebeuren.
De Hoge Raad verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet naleven van de procesvereisten.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening van een schriftuur.