Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet heeft ontleend aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen althans dat het Hof deze schatting ontoereikend heeft gemotiveerd nu het Hof slechts heeft verwezen naar diverse stukken en verklaringen in het dossier waaruit niet zonder meer de aan de schatting ten grondslag liggende feiten en omstandigheden blijken.
Oordeel van de rechtbank
TOTAAL: € 25.301,43
€ 25.301,43
€ 21.225,75”
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.