Conclusie
eerste middelhoudt in dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat opzet als bestanddeel van art.142 Sr Pro niet mede ziet op het verstoren van rust, alsmede dat het Hof heeft miskend dat onder valse alarmkreten in de zin van art. 142 Sr Pro slechts kreten vallen die in het maatschappelijk verkeer plegen te worden aangemerkt als een waarschuwing voor gevaar.
overtredingmaar aan een
misdrijfmoet worden gedacht. De Commissie zou dan ook het artikel willen overbrengen in den Vden Titel van het Tweede Boek, en het aldus willen lezen: »Met gevangenisstraf van ten hoogste veertien dagen of geldboete van ten hoogste vijftig gulden wordt gestraft hij, die opzettelijk door valsche alarmkreten of signalen de rust verstoort.” [1]
tweede middelklaagt dat het Hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat er causaal verband is tussen het bewezenverklaarde luidkeels schreeuwen door de verdachte enerzijds en het bewezenverklaarde verstoren van de rust en het bewezenverklaarde letsel anderzijds.