ECLI:NL:PHR:2013:804
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering wegens eerdere regeling binnen tien jaar
Verzoeker en diens echtgenote dienden op 15 april 2013 een verzoek in bij de rechtbank Den Haag om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank oordeelde op 7 juni 2013 dat toelating niet mogelijk was omdat op 12 januari 2007 reeds een schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing was verklaard en hij bij vonnis van 26 april 2010 geen schone lei had gekregen wegens niet-nakoming van verplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden.
Het hof bekrachtigde dit vonnis bij arrest van 9 juli 2013. Verzoeker kwam hiertegen tijdig in cassatie bij de Hoge Raad, met tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. De Hoge Raad stelt vast dat op grond van art. 288 lid 2 onder Pro d Faillissementswet (Fw) toelating tot een nieuwe regeling wordt geweigerd indien binnen tien jaar eerder een regeling van toepassing was, tenzij uitzonderingen zoals genoemd in art. 350 lid 3 Fw Pro van toepassing zijn.
De Minister bevestigde dat deze afwijzingsgrond onverminderd geldt en dat geen generieke hardheidsclausule wordt overwogen. De Hoge Raad concludeert dat het verzoek tot toelating moet worden afgewezen en dat het verzoek tot voorlopige voorziening eveneens niet kan worden toegewezen. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen en het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard.