ECLI:NL:PHR:2013:815
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke immuniteit gemeente Amsterdam bij Probo Koala zaak
In deze zaak stond de vraag centraal of de gemeente Amsterdam strafrechtelijk vervolgd kon worden voor het gedogen van het terugpompen van gevaarlijke afvalstoffen naar het schip Probo Koala in juli 2006. Het Openbaar Ministerie had de gemeente vervolgd wegens het mogelijk overtreden van artikel 10.37 van de Wet milieubeheer. Zowel de rechtbank als het hof verklaarden het OM niet-ontvankelijk vanwege strafrechtelijke immuniteit van de gemeente.
De Hoge Raad bevestigde deze uitspraken en herhaalde het criterium uit het Pikmeer II-arrest dat strafrechtelijke immuniteit geldt indien een gedraging uitsluitend door bestuursfunctionarissen kan worden verricht in het kader van een aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak. Het gedogen van de overtreding van milieuregels werd als een dergelijke exclusieve bestuurstaak beoordeeld.
Het hof oordeelde dat het verlenen van toestemming door de gemeente tot het terugpompen van afvalstoffen onderdeel was van de handhaving van de inrichtingsvergunning en daarmee een exclusieve overheidstaak. De stelling van het OM dat dit handelen buiten de bestuurstaak viel, werd verworpen. Ook het beroep op Europeesrechtelijke jurisprudentie (EHRM Öneryildiz) leidde niet tot een andere uitkomst omdat geen sprake was van een direct en acuut gevaar voor mensenlevens binnen de jurisdictie van de gemeente.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en verklaarde het OM niet-ontvankelijk in de vervolging. De zaak benadrukt de reikwijdte van strafrechtelijke immuniteit voor decentrale overheden bij de uitvoering van exclusieve bestuurstaken, ook bij milieuregelgeving.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de gemeente Amsterdam wegens strafrechtelijke immuniteit.