Conclusie
5 Zie voetnoot 4 van die aanwijzing.
6 Mij is door een medewerker van de KLPD meegedeeld dat de politie hiervoor één bedrijf in de arm heeft genomen om deze kalibraties uit te voeren. Gemikt wordt op een tweetal kalibraties per voertuig per jaar, ofschoon de aanwijzing vermeldt dat het bij de kalibratie behorende certificaat een geldigheidsduur heeft van één jaar.
7 Deze standaard heeft, naar de mededeling van een medewerker van het bedrijf dat deze kalibraties uitvoert een foutmarge van 1% die wordt verwerkt in de door dit bedrijf geleverde “ijktabel”. Bovendien vinden afrondingen op de kilometer telkens in neerwaartse (dus voor de geverbaliseerde persoon gunstige) zin plaats. 8 Zie vorige voetnoot.
eerste middelklaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inhoudende dat, nu het ijkrapport van het meetinstrument waarmee de kalibratietabel is opgesteld ontbreekt, er geen sprake is van een “wettige meting”.
tweede middelklaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inhoudende dat de kalibratietabel zijn (eventuele) geldigheid heeft verloren, omdat na het opstellen daarvan een band is verwisseld, zodat de op basis van die tabel gehanteerde waarden geen wettig bewijs kunnen vormen.
derde middelklaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inhoudende dat bij het ontbreken van enig inzicht in de onderhoudsgeschiedenis van het surveillancevoertuig niet kan worden nagegaan of de kalibratietabel zijn (eventuele) geldigheid heeft verloren en derhalve de op basis van die tabel gehanteerde waarden geen wettig bewijs kunnen vormen.
vierde middelklaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inhoudende dat het proces-verbaal van 4 september 2009 niet aan de vereisten zoals gesteld in de Aanwijzing voldoet.
- De toegestane snelheid
- De afstand tussen het gemeten en metend voertuig, met de vaststelling dat die onderlinge afstand tijdens het meten van de snelheid gelijk dan wel nagenoeg gelijk bleef
- De afstand waarover de snelheid van het voertuig werd gemeten
- De geconstateerde snelheid (afgelezen snelheid)
- De gemeten snelheid volgens ijktabel (= snelheid ijktabel behorende bij de boordsnelheidsmeter)
- de gecorrigeerde snelheid (= gemeten snelheid volgens ijktabel minus de correctie of snelheid ijktabel waarin de correctie reeds is opgenomen)
- de overschrijding in aantal kilometers per uur.
- Toegestane snelheid = 60
- Onderlinge afstand = 200 meter, gelijkblijvend of uitlopend
- Meetafstand = 600 meter
- Afgelezen snelheid = 140
- Gemeten snelheid: niet opgegeven (waarschijnlijk beoogden de verbalisanten hieraan te voldoen door op te geven dat de “daadwerkelijke snelheid”134 zou zijn)
- Gecorrigeerde snelheid: ontbreekt
- Overschrijding = 69
- Allereerst is de gerapporteerde maximumsnelheid aantoonbaar onjuist, hetgeen de andere waarnemingen, die nòg subjectiever van aard zijn, al helemaal onbetrouwbaar maken: als de verbalisanten deze verifieerbare informatie al onjuist in hun PV opnemen, hoeveel waarde moeten we dan hechten aan hun waarnemingen die wij in het geheel niet kunnen controleren?
- Verbalisanten hebben cliënt niet gevolgd op 200 meter, maar wat daar ook van zij, om een geldig PV te verkrijgen hadden zij moeten rapporteren dat de onderlinge afstand “gelijk dan wel nagenoeg gelijk” bleef. De toevoeging van verbalisanten dat de afstand gelijkblijvend was, “dan wel dat het voertuig uitliep” is een typisch geval van overcompensatie. Dat komt vaker voor in gevallen waarbij verbalisanten eigen wel aanvoelen dat hun meting niet deugt.
- Een meettraject van 600 meter is ontzettend kort! Gangbare praktijk binnen politiekorpsen is om op zijn minst 700 meter te volgen (en dan niet alleen als de onderlinge afstand goed contant kan worden gehouden), maar eigenlijk liefst een nog (veel) langer stuk. Dit soort korte meettrajecten heeft een enorm effect op de nauwkeurigheid van de meting (waarover verderop meer). Dat klemt temeer als ook de overige getallen nogal onnauwkeurig zijn, zoals hier.
- De ijktabel (beter gezegd: de kalibratietabel) ontbreekt, zodat niet kan worden geverifieerd of die wel juist is toegepast. De juiste toepassing van de kalibratietabel wordt betwist. De term “daadwerkelijke snelheid” heeft geen betekenis in de Aanwijzing en is overigens misleidend.
- De gecorrigeerde snelheid ontbreekt, maar kennelijk is daarvoor 129 gehanteerd. Niet duidelijk is waarom een correctie van 3% is toegepast op de gemeten snelheid. Deze correctie vloeit voort uit het feit dat de kalibratietabel is opgesteld met een meetapparaat, welk apparaat uiteraard een foutmarge heeft. Er zijn ook meetapparaten die een foutmarge van 5% hebben (zie onder 3.1 van de Aanwijzing). Van belang is us om te weten met welk meetapparaat de kalibratietabel van dit voertuig is opgesteld. Zodat kan worden bepaald of dat apparaat een foutmarge van 3% of 5% had. Zie bv Hof den Bosch 30 september 2010.
vijfde middelklaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt betreffende de betrouwbaarheid van de betreffende snelheidsmeting.
- STEL: de verbalisanten rapporteren de juiste snelheid van hun eigen voertuig (d.w.z. dat zij de boordsnelheidsmeter correct hebben afgelezen, daarop de kalibratietabel correct hebben toegepast en stel dat de foutmarge in die kalibratietabel inderdaad slechts 3% is), en stel dat ook de gerapporteerde meetafstand van 600 meter zou kloppen, maar dat tijdens de meting het politievoertuig 100 meter op cliënt is ingelopen. Dat is bepaald geen ondenkbaar scenario.
- DAN: heeft cliënt in dezelfde tijd geen 600 meter, maar 500 meter afgelegd (immers: 100 meter minder dan het politievoertuig)
- DE TIJDSDUUR van de meting was 16,74 seconden (immers: het politievoertuig reed 129 km/u = 35,83 m/s; het afleggen van 600 meter duurt dan 600m / 35,38m/s = 16,74s)
- DE SNELHEID VAN CLIËNT was dan 107,50 km/u (immers: 500 meter in 16,74 seconden = 500m/16,74s = 29,86 m/s = 107,50 km/u)
- Zelfs met deze zeer reële fluctuatie resteert dus al slechts een Mulderfeit.
- Het aflezen van de boordsnelheidsmeter (“dikte van de naald”).
- De foutmarge van het apparaat dat de kalibratietabel heeft opgesteld (3% of 5%, zoals gezegd blijkt niet uit het dossier welke foutmarge toepasselijk is).
- De exacte lengte van het meettraject.