ECLI:NL:PHR:2013:825
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende gronden tegen bewezenverklaring DNA-spoor
Het cassatieberoep van verdachte richt zich tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. Het middel betrof de bewezenverklaring die mede steunde op een DNA-spoor. Het hof heeft echter niet uitsluitend op dit spoor de bewezenverklaring gebaseerd, waardoor de eis van art. 359 lid 2 Sv Pro dat het hof expliciet moet motiveren waarom het verweer tegen het DNA-spoor wordt verworpen, niet van toepassing is.
Het verweer van verdachte was gebaseerd op theoretische mogelijkheden en het ontbreken van een motief, hetgeen het hof terecht niet aannam als voldoende reden om het bewijs te verwerpen. De motivering van het hof bevat voldoende aanknopingspunten die de bewezenverklaring begrijpelijk maken.
Daarom leidt het middel niet tot cassatie en wordt het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk verklaard. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is om het beroep te verwerpen op ontvankelijkheidsgrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gemotiveerd middel tegen de bewezenverklaring.