ECLI:NL:PHR:2013:826

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 september 2013
Publicatiedatum
24 september 2013
Zaaknummer
12/05731
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheidsbeslissing cassatieberoep wegens kans op levensgevaar agenten

Het cassatieberoep van verdachte richt zich tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. Het middel in cassatie betwist het oordeel van het hof dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de beide agenten het leven zouden verliezen. Dit oordeel is gebaseerd op de gedraging van verdachte, die herhaaldelijk met een BMW inreed op een tegemoetkomende motoragent.

Het hof heeft dit kansoordeel als globaal maar niet onbegrijpelijk gemotiveerd. De conclusie is dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Op grond hiervan wordt het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering niet ontvankelijk verklaard.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft dit standpunt ingenomen tijdens de zitting van 3 september 2013. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, omdat het beroep niet ontvankelijk is verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet ontvankelijk verklaard op grond van art. 80a RO.

Conclusie

Nr. 12/05731
Zitting: 3 september 2013
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem.
2. Het middel komt tevergeefs op tegen het gemotiveerde oordeel van het Hof dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de beide agenten het leven zouden verliezen. Dat oordeel is, gelet op in het bijzonder de aard van de gedraging (telkens met een BMW inrijden op een tegemoetkomende motor rijdende agent) en in aanmerking genomen het globale karakter van het onderhavige kansoordeel, geenszins onbegrijpelijk. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG