ECLI:NL:PHR:2013:827
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens voltooiing strafbaar feit ondanks poging tot vrijwillige terugtred
Het beroep in cassatie betreft een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte zich beroept op vrijwillige terugtred. De Hoge Raad overweegt dat de voltooiing van het strafbare feit niet is uitgebleven doordat het optreden van verdachte ertoe heeft geleid dat het slachtoffer niet naar beneden is gesprongen, maar omdat de sprong geen dodelijk gevolg had.
Het hof heeft gemotiveerd uiteengezet dat de poging tot ingrijpen niet tijdig heeft plaatsgevonden en dat dit niet in de weg staat aan het aannemen van voorwaardelijk opzet. Het middel richt zich niet tegen dit oordeel.
Op grond hiervan wordt het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaard. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bevestigt deze uitkomst.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de vrijwillige terugtred niet heeft geleid tot het niet-voltooien van het strafbare feit.