Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
geenberoep op verjaring of rechtsverwerking. Weliswaar vallen deze woorden in de loop van de uiteenzetting, maar het betoog is niet goed te doorgronden. In elk geval kan m.i. niet worden gezegd dat het Hof de exegese zo had moeten lezen dat daarin een beroep op verjaring en/of rechtsverwerking werd gedaan. Alleen in dat laatste geval had het Hof erop moeten responderen. [5] De klacht mislukt dus.
door [eiser]verschuldigde loonbelasting heeft afgedragen (ter zake van de abusievelijk toegekende uitkering) (zie rov. 4.8.4 tussenarrest). Uit art. 1 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964, zoals de respectieve versies van deze bepaling luidden in de periode 2002 t/m 2002, blijkt – volgens het Hof – dat APG met de afdracht van die loonbelasting een verplichting van [eiser] voldeed (zie rov. 4.8.5 tussenarrest). Het Hof komt uiteindelijk tot de slotsom dat de vordering van APG ter zake van het door APG aan loonheffing (loonbelasting) afgedragen bedrag van € 20.535,38, toewijsbaar is en dit bedrag als onverschuldigd betaald door APG van [eiser] kan worden teruggevorderd (zie rov. 4.8.11 tussenarrest; rov. 8.5.6 eindarrest).
nietmeer kan verrekenen door deze in de aangifte inkomstenbelasting te verwerken als negatief loon. Als aangenomen wordt dat de loonbelasting niet meer door [eiser] verrekend kan worden, valt volgens het onderdeel echter niet in te zien, althans niet zonder nadere motivering, waarom de mogelijke belastingschade dan geheel of gedeeltelijk voor rekening van [eiser] zou moeten komen.
geenaandacht heeft besteed aan hetgeen door [eiser] is aangevoerd. Dat dit niet gebeurt in de door het onderdeel genoemde rov. 4.8.7 is in dat verband niet van belang.
mogelijkrelevante stellingen ten gunste van een partij die zich zelf niet geroepen voelt deze aan te voeren, berust op een misvatting. Bovendien, maar dat ten overvloede, is in de door het onderdeel genoemde rov. III.2 van prod. 19 bij cva op dit punt
nietste vinden.