ECLI:NL:PHR:2013:84

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2013
Publicatiedatum
19 juli 2013
Zaaknummer
12/01384
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatie bij medeplegen poging tot doodslag en zware mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat het vonnis van de rechtbank Maastricht bevestigde. De verdachte werd medepleger geacht van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, gepleegd tegen mannen die naar het oordeel van de dadergroep een homoseksuele geaardheid hadden. Het geweld werd door de daders aangeduid als "flikkertikken".

De klachten in cassatie richtten zich op het ontbreken van bewijs dat de verdachte persoonlijk het geweld heeft toegepast, met name het schoppen tegen het hoofd van de slachtoffers terwijl zij op de grond lagen. Het hof oordeelde echter dat het niet noodzakelijk is om exact vast te stellen welk geweld de verdachte persoonlijk heeft gepleegd, aangezien medeplegen en voorwaardelijk opzet zijn bewezen verklaard.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering, waarmee de klachten over overschrijding van de redelijke termijn en de inhoudelijke bezwaren niet inhoudelijk werden behandeld. De procureur-generaal onderschreef de bewezenverklaring en kwalificatie als medeplegen van poging tot doodslag en zware mishandeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest bevestigd.

Conclusie

Nr. 12/01384
Mr. Aben
Zitting 11 juni 2013
Standpunt c.q. conclusie inzake:
[verdachte]
Bestreden arrest:
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 29 december 2011, waarbij het vonnis van de rechtbank te Maastricht van 8 juli 2011 is bevestigd.
Het tweede en het derde middelklagen over de bewezenverklaring van de feiten:
subsidiair, voor zover bewezenverklaard en gekwalificeerd als medeplegen van poging tot doodslag (aangever: [slachtoffer 1])
subsidiair, voor zover bewezenverklaard en gekwalificeerd als medeplegen van poging tot doodslag (aangever: [slachtoffer 2])
primair, medeplegen van poging tot zware mishandeling (aangever:[slachtoffer 3])
subsidiair, voor zover bewezenverklaard en gekwalificeerd als medeplegen van poging tot doodslag (aangever: [slachtoffer 1]; zelfde aangever als onder 1, doch een eerder voorval).
Het betreft telkens gevallen van toepassing van geweld tegen mannen van wie de dadergroep waarin de verdachte opereerde een homoseksuele geaardheid vermoedde. Het geweld is door henzelf omschreven als “flikkertikken”. De klachten houden telkens uitsluitend in dat niet is komen vast te staan dat de verdachte in persoon tegen het hoofd van de betrokkenen heeft geschopt (toen zij op de grond lagen), althans dat telkens niet kan worden bewezen dat de verdachte zelf het geweld dat deze zware kwalificaties rechtvaardigt heeft toegepast.
’s Hofs kennelijke oordeel dat niet exact hoeft te kunnen worden vastgesteld welk geweld de verdachte specifiek heeft uitgeoefend vanwege de bewezenverklaring van het medeplegen en met het oog op het vastgestelde voorwaardelijke opzet geeft vrij evident geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is geenszins onbegrijpelijk (gemotiveerd). De door het hof bevestigde promis-overwegingen van de rechtbank zijn ook overigens alleszins begrijpelijk.
Het
eerste middelklaagt tevergeefs over een overschrijding van de redelijke termijn in de fase van cassatie.
De klachten kunnen worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,