Conclusie
12. Een persoon is zwakbegaafd als zijn IQ beneden gemiddeld is. Dat is het geval bij een IQ-score tussen 70 en 85. Bij een IQ lager dan 70 is sprake van zwakzinnigheid (waarbij nog weer verschillende gradaties worden onderscheiden).(3) Het onderscheid tussen zwakbegaafdheid en zwakzinnigheid is van belang omdat een IQ van 70 de overgang markeert van intellectuele beperking naar intellectuele handicap.(4) Daarmee stemt overeen dat zwakzinnigheid wél als een stoornis wordt gerubriceerd volgens de DSM-IV-criteria, zwakbegaafdheid niet. Ik merk daarbij op dat het enkele feit dat het IQ lager is dan 70 nog niet de classificatie van zwakzinnigheid (mental retardation) rechtvaardigt. Daarvoor gelden drie cumulatieve criteria (A, B en C), zodat naast het lage IQ sprake moet zijn van "gelijktijdig aanwezige tekorten in of beperkingen van het huidige aanpassingsgedrag" (criterium B). (5) Zwakbegaafdheid figureert wel in de DSM-IV-criteria, maar niet als stoornis. Zij wordt gerangschikt onder "Andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn" en wel onder de subcategorie "Bijkomende problemen die een reden voor zorg kunnen zijn". Onder die subcategorie vallen ook (onder meer) "Niet meewerken aan een behandeling", "Simulatie", "Antisociaal gedrag bij volwassenen" (waarbij als voorbeelden worden genoemd "gedragingen van sommige beroepsinbrekers, afpersers of 'dealers' van verboden middelen"), "Rouwreactie", "Studieprobleem" en "Levensfaseprobleem".(6)
13. Uiteraard wil niet gezegd zijn dat de DSM-IV-criteria (die in de psychiatrie niet onomstreden zijn) doorslaggevend zijn voor de uitleg van het strafrechtelijke begrip "gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens". Ook wil niet ontkend zijn dat zwakbegaafdheid een belangrijke factor kan zijn in het ontstaan van psychiatrische stoornissen.(7) Het is in die benadering echter niet de zwakbegaafdheid als zodanig die als stoornis wordt aangemerkt.
14. Gelet op het bovenstaande getuigt het oordeel van het Hof dat de geconstateerde zwakbegaafdheid (al dan niet in combinatie met antisociale persoonlijkheidskenmerken) onvoldoende is om aannemelijk te achten dat sprake is van de door art. 37a Sr vereiste stoornis, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Onbegrijpelijk is dat oordeel evenmin.” [6]