Conclusie
[verdachte]
eerste middelricht zich, als ik het goed zie, in de kern tegen de geldigheid van de tenlastelegging onder 3 in de zaak met parketnummer 14-701356-10. Maar daarover kan niet voor het eerst in cassatie worden geklaagd (vgl. HR 29 september 2009, LJN BI1771, NJ 2009/541). Voor zover het middel ook nog de zelfstandige klacht bevat dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde redelijkerwijs de vrees kon ontstaan dat de verdachte een misdrijf gericht tegen het leven van de aangeefster zou plegen, geldt het volgende.
tweede middelklaagt dat het Hof de bewezenverklaring in de zaak met parketnummer 14-701825-10 ontoereikend heeft gemotiveerd.
derde middelziet op de strafmotivering. Deze zou onbegrijpelijk zijn voor zover daarbij acht is geslagen op eerdere veroordelingen van verdachte.
Ambtshalvemerk ik op dat de Hoge Raad niet binnen twee jaren na het instellen van het cassatieberoep uitspraak zal doen, nu de redelijke termijn op 6 juli 2013 zal verstrijken. Gelet op de aan de verdachte opgelegde straf en de mate van overschrijding kan de Hoge Raad volstaan met de constatering van deze schending.
bij de Hoge Raad der Nederlanden