Conclusie
“overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet”veroordeeld tot een geldboete van € 1.100 (subsidiair 22 dagen hechtenis). Voorts heeft het hof de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van 10 maanden.
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte het bevel tot medewerking aan de ademanalyse rechtmatig heeft geacht.
tweede middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
Nadat ik verdachte had medegedeeld dat hij verplicht was mee te werken aan het onderzoek, dat weigering een misdrijf inhoudt en hem duidelijk had geïnstrueerd dat hij zonder onderbreken moest blazen, zag ik dat verdachte het onderzoek saboteerde. Ik zag dat hij na enkele seconden te hebben geblazen de blaaspijp tekens weer uit de mond haalde en deze vervolgens weer in de mond deed om verder te blazen”genoegzaam kunnen afleiden dat de verdachte niet heeft voldaan aan de verplichting medewerking te verlenen aan de ademanalyse.
derde middelklaagt dat het hof de strafoplegging onvoldoende heeft gemotiveerd. Daartoe wordt aangevoerd dat het hof dezelfde straf heeft opgelegd als de politierechter in eerste aanleg, terwijl door het hof geen rekening is gehouden met de vrijspraak van de tenlastegelegde weigering mee te werken aan een urineonderzoek.