ECLI:NL:PHR:2013:855

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2013
Publicatiedatum
2 oktober 2013
Zaaknummer
12/03666
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake last tot verpleging en terbeschikkingstelling

Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem van 9 juli 2012 betreffende de last tot verpleging en terbeschikkingstelling van verdachte. De verdediging betoogde dat, gelet op de schriftelijke adviezen van deskundigen, volstaan had moeten worden met een terbeschikkingstelling met voorwaarden in plaats van verpleging.

De Hoge Raad overweegt dat de rechter niet gebonden is aan de adviezen van deskundigen en verwijst naar eerdere jurisprudentie. Het hof heeft geoordeeld dat terbeschikkingstelling onder voorwaarden onvoldoende bescherming biedt, mede vanwege het belang van medicatiegebruik om recidive te voorkomen. Deskundigen stelden dat verdachte waarschijnlijk de medicatie zal stoppen, wat kan leiden tot psychosen en excessief geweld.

Op basis hiervan acht het hof een langdurige, intensieve klinische behandeling noodzakelijk in een beveiligde setting. De Hoge Raad concludeert dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gronden tegen de last tot verpleging.

Conclusie

Nr. 12/03666
Zitting: 10 september 2013
Mr. Vegter
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof te Arnhem van 9 juli 2012. Er is tijdig een schriftuur houdende een middel van cassatie ingekomen.
2. Het
middelklaagt over de motivering van de last tot verpleging van de opgelegde terbeschikkingstelling, omdat volgens de steller van het middel gelet op de schriftelijke adviezen van de deskundigen had moet worden volstaan met terbeschikkingstelling met voorwaarden. Het middel lijkt te miskennen dat de rechter niet gehouden is adviezen van deskundigen te volgen. Zie bijvoorbeeld HR 20 januari 2009, LJN BF3162, NJ 2009/324, m.nt. P.A.M. Mevis en idem LJN BF2089. Het arrest van het Hof bevat onder meer de volgende overweging: “Het hof is, met de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat terbeschikkingstelling onder voorwaarden onvoldoende bescherming zal bieden. Uit de rapportages en uit de verklaringen van de deskundigen bij de rechtbank blijkt dat medicatiegebruik van het grootste belang wordt geacht om recidive te voorkomen. Door de deskundigen wordt ingeschat dat verdachte - door zijn stoornis - met de medicatie zal stoppen en zij achten met het oog daarop een langdurige intensieve klinische behandeling noodzakelijk. Met name gelet op het feit dat, indien verdachte stopt met medicatie, om welke reden dan ook, er opnieuw psychosen kunnen ontstaan die gemakkelijk opnieuw kunnen leiden tot excessieve en bizarre gewelduitbarstingen is het hof van oordeel dat de algemene veiligheid van personen eist dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.” Die overweging steunt op de deskundigenoordelen van J.J. Baneke, psycholoog, die onder meer van oordeel is dat een maatregel geboden is waaraan verdachte zich niet kan onttrekken, dat een langdurige en intensieve behandeling nodig is en dat nu snelheid van handelen noodzakelijk is wanneer verdachte niet op een afspraak verschijnt dit een indicatie vormt voor een bevel tot verpleging en voorts van P.A. de Mon, psychiater, die van oordeel is dat een beveiligde klinische behandelsetting met strakke structuur nodig is.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie, nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG