ECLI:NL:PHR:2013:866
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schuldenaar tot dwangakkoord tegen schuldeiser
De zaak betreft een verzoek van een schuldenaar om een schuldeiser te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling op grond van artikel 287a lid 1 van de Faillissementswet. De schuldenaar was mede-eigenaar van een woning die te koop stond en had een problematische schuldensituatie. De schuldeiser, Obvion N.V., had executoriaal beslag gelegd op het inkomen van de schuldenaar.
De rechtbank wees het primaire verzoek toe, oordelend dat de schuldeiser niet redelijkerwijs mocht weigeren in te stemmen met de regeling, mede omdat het voorstel financieel gunstiger was dan de wettelijke schuldsaneringsregeling. Het hof vernietigde dit vonnis en wees het verzoek af, waarbij het subsidiaire verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd toegewezen.
De schuldenaar kwam in cassatie tegen de afwijzing van het primaire verzoek. De Hoge Raad overwoog dat tegen de afwijzing van een verzoek op grond van artikel 287a lid 1 Fw geen rechtsmiddel openstaat en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De conclusie van de Procureur-Generaal steunde dit oordeel.
De uitspraak bevestigt dat een schuldeiser met een enkele opeisbare vordering niet gedwongen kan worden akkoord te gaan met een schuldregeling buiten de wettelijke schuldsaneringsregeling om, en benadrukt het ontbreken van een vetorecht voor schuldeisers binnen deze procedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van rechtsmiddel tegen afwijzing verzoek dwangakkoord.