ECLI:NL:PHR:2013:892

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2013
Publicatiedatum
8 oktober 2013
Zaaknummer
13/03486
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a lid 1 ROArt. 288 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende controle alcoholverslaving

Verzoeker tot cassatie heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat de schulden in de vijf jaren voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw waren ontstaan of onbetaald gelaten, en omdat de alcoholverslaving van verzoeker niet voldoende lang onder controle was.

Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag, dat het vonnis van de rechtbank bevestigde. Het hof oordeelde dat de goede trouw van verzoeker ten aanzien van het ontstaan en voortbestaan van de schulden niet was aangetoond en zag onvoldoende aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule. Tevens vond het hof dat niet voldoende aannemelijk was dat verzoeker zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zou nakomen.

Verzoeker kwam vervolgens in cassatie, maar het cassatieberoep werd niet ontvankelijk verklaard omdat een van de door het hof gehanteerde gronden niet werd bestreden en daarmee het arrest in stand bleef. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dan ook dat het cassatieberoep niet ontvankelijk moest worden verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.

Conclusie

Zaaknummer: 13/03486
mr. J. Wuisman
Rolzitting: 20 september 2013
CONCLUSIE inzake:
[verzoeker],
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. E.J.W.F. Deen

1.Voorgeschiedenis

1.1
Verzoeker tot cassatie heeft op 8 november 2012 bij verzoekschrift aan de rechtbank Rotterdam verzocht hem toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat verzoek heeft de rechtbank bij vonnis d.d. 25 januari 2013 afgewezen op twee gronden: (1) niet aannemelijk is geworden dat de schulden uit de periode van vijf jaren voorafgaande aan het verzoek te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald zijn gelaten; (b) niet aannemelijk is geworden dat de bij verzoeker tot cassatie opgetreden alcoholverslaving al een voldoende lange termijn onder controle is.
1.2
Verzoeker tot cassatie is van het vonnis van de rechtbank in appel gekomen bij het gerechtshof Den Haag, dat echter het vonnis bij arrest d.d. 9 juli 2013 heeft bekrachtigd. Het hof deelt het oordeel van de rechtbank inzake de goede trouw van verzoeker tot cassatie ten aanzien van het ontstaan en laten voortbestaan van schulden (rov. 5 en 6), terwijl het voor toepassing van de ‘hardheidsclausule’ als bedoeld in artikel 288, lid 3 Fw onvoldoende aanleiding ziet (rov. 8). Bovendien acht het hof nog niet voldoende aannemelijk dat verzoeker tot cassatie zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen (rov. 7).
1.3
Van het arrest van het hof is verzoeker tot cassatie op 16 juli 2013 en daarmee tijdig bij verzoekschrift in cassatie gekomen.

2.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
De beslissing van het hof rust op twee gronden die, indien zij juist zijn, ieder de beslissing kunnen dragen. Een van die gronden is dat het hof het nog niet voldoende aannemelijk acht dat verzoeker tot cassatie zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen (rov. 7). Die grond wordt in cassatie niet bestreden. Dit betekent dat het arrest van het hof ook in stand blijft indien tegen de andere grond terecht zou zijn opgekomen. Het cassatieberoep kan derhalve klaarblijkelijk geen doel treffen, hetgeen blijkens artikel 80a RO een grond oplevert voor het niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.

3.Conclusie

De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
(A-G)