Conclusie
4.Het eerste middel
7.2 De vordering tot oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling
5.Het tweede middel
7.2.3. De conclusie die het hof uit het voorgaande trekt
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging wegens doodslag, poging tot doodslag en mishandeling. Verdachte weigerde mee te werken aan gedragskundig onderzoek, waardoor de deskundigen geen definitief oordeel konden geven over een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens.
De verdediging stelde in cassatie dat de vaststelling van een ziekelijke stoornis mede gebaseerd moet zijn op medische en gedragskundige bevindingen, en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door dit als een puur juridisch oordeel te zien. De Hoge Raad oordeelde dat de vaststelling van een ziekelijke stoornis bij uitstek een juridisch oordeel is, waarbij de rechter zich wel laat adviseren door gedragskundigen, maar niet gebonden is aan hun oordeel.
Het hof had uitvoerig gemotiveerd dat ondanks de methodologische beperkingen door de weigering van verdachte, voldoende aanwijzingen bestonden voor een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de TBS-maatregel en strafrechtelijke veroordeling in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen; de veroordeling en oplegging van TBS met verpleging blijven in stand.