ECLI:NL:PHR:2013:908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens termijnoverschrijding
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch legde verdachte op 10 februari 2012 een betalingsverplichting van € 3247,- op ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest en diende drie middelen in. Het tweede en derde middel, betreffende de waardering van bewijs en de berekening van aftrekbare kosten, werden verworpen. Het hof had terecht de verklaringen van afnemers boven die van verdachte gesteld en mocht uitgaan van gemiddelde in plaats van maximale voerkosten.
Het eerste middel was gegrond en betrof de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. Het cassatieberoep werd ingesteld op 15 februari 2012, maar het dossier kwam pas op 21 november 2012 bij de Hoge Raad binnen, waardoor de termijn met meer dan een maand werd overschreden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot vermindering van de betalingsverplichting en verwerping van het beroep voor het overige. Er werden geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen. Deze zaak is verbonden met een andere zaak met een vergelijkbare procedure.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt de overige cassatiemiddelen.