Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
€ 21.950,99neg.
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
€ 2.451,59
Parket bij de Hoge Raad
Partijen zijn in 1993 gehuwd en in 2000 gescheiden met een beschikking tot verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank stelde de verdeling vast, waarbij de vrouw de voormalige echtelijke woning en de man een appartement in Egypte toebedeeld kreeg. De man werd veroordeeld tot betaling wegens overbedeling.
In hoger beroep stelde het hof vast dat Nederlands recht van toepassing was en betrok het spaarloon en een restschuld bij de verdeling. Het hof verhoogde de waarde van het appartement in Egypte en oordeelde dat de man overbedeeld was met een bedrag van € 10.253,44, naast een vergoeding voor aflossing van de leenschuld door de vrouw.
De man stelde cassatieberoep in tegen de vaststelling van de overbedeling en de waarde van het spaarloon. De Hoge Raad constateerde een rekenfout door dubbeltelling van de leenschuld in de berekening van de overbedeling. Ook werd erkend dat het hof het spaarloon te laag had vastgesteld door twee maandbedragen niet mee te rekenen.
De Hoge Raad vernietigde de arresten en stelde zelf de juiste berekening vast, waarbij de overbedeling en vergoeding werden gecorrigeerd. De zaak werd afgedaan met een aangepaste verdeling en betaling tussen partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en stelt de juiste berekening van overbedeling en vergoeding vast, waarbij de man € 8.737,34 aan de vrouw moet betalen.